Onze buren

De benedictijner monniken die in de herfst van 1910 hun intrek namen in het nieuw gebouwde klooster van Clervaux kwamen uit het in de Loire-vallei gelegen Glanfeuil. Glanfeuil, waar volgens een tegenwoordig nauwelijks te rechtvaardigen traditie St Maur, de favoriete leerling van St Benoît in de 6e eeuw kwam wonen, werd in 1890 herbevolkt door Solesmes. Maar in 1901 dwongen anticlericale wetten de gemenschap een toevlucht te zoeken in België.abbayeareienne

In 1908, toen Dom Paul Renaudin abt was, werd besloten, op aandrang van de burgemeester van Clervaux en met steun van de groothertogelijke familie, een nieuw klooster te bouwen op een heuvel met uitzicht op deze kleine stad in de Ardennen. De meeste van de benodigde fondsen kwamen van Mademoiselle Caroline du Coëtlosquet, een nicht van de eerste abt van de gemeenschap. Als erkenning van gift werd St Maurice, de beschermheilige van haar vader, gekozen als naamgever van het nieuwe klooster.

In 1933 was de gemeenschap in de gelegenheid enkele monniken naar de abdij St Jerome in Rome te zenden om daar mee te werken aan een kritische uitgave van de vulgaat. In 1941 werden de monniken uit Clervaux verdreven door de Duitse bezetters, maar na de oorlog werd hen toegestaan terug te keren naar hun ernstig verwaarloosde klooster en in een geweldige uitbarsting van geloof werd de abdij in slechts enkele jaren herbouwd.

patersHet grootste gedeelte van de abdij is in 1909/10 in neo-gotische stijl gebouwd door de Nederlandse architect J.Klomp. De gebruikte leisteen – met zijn warme kleur – is in de buurt gedolven en harmonieert mooi met de omgeving, terwijl de dakbedekking van rode pannen een speels accent vormt in het landschap. De achthoekige toren is geïnspireerd op de nog bestaande ‘lEau bénite’-toren van de voormalige abdij van Cluny.

Trouw aan de grote benedictijner traditie van het leren nemen intellectuele bezigheden een grote plaats in. Genoemd kunnen worden de uitgaven van de Clervauer missalen, wetenschappelijk onderzoek op het gebied van geschiedenis, bijbelse en liturgische studies, poëtische en literaire publicaties, alsook kunstwerken die de werkplaatsen van de abdij verlaten.

De trouw aan het gregoriaans blijkt uit de verschillende langspeelplaten die zijn opgenomen en natuurlijk uit de dagelijkse diensten die in het gregoriaans worden gezongen (enkel met uitzondering van de psalmodie in de metten en de kleinere getijden.